Omarm de zee
- Jozefien Mombaerts
- 28 okt 2025
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 nov 2025
Toen de zee nabijheid wou
“Goedemiddag, met mij goed. Met u?”
“Op en neer”, antwoordt de zee.
De geschiedenis gaat wild tekeer.
“Ik dacht al dat ik iets zag aan jouw schuim, jouw golven.”
“Ik wil niet meer verbergen, verdrinken, verdragen.”
“Jij wilt dat alles bovendrijft?”,
vraag ik zacht.
Op en neer,
knikt de zee,
en trekt zich terug.
Verlegen in de verte.
Ik durf niet verder.
Vragen.
Ik doe mijn schoenen uit als klein gebaar van nabijheid.
Zij komt straks terug, denk ik.
Mijn ogen tranen van de wind.
Ik denk aan dat beeld
Van het strand en dat aangespoelde kind.
Ik zie de bodem.
Van haar ziel.
Van de zee.
Donker.
Duister.
Als een baksteen op haar maag.
Een hoop afval.
Want we blijven produceren.
Een hoop mensen.
Naast hele dure kleren.
Betaald met kinderlevens.
Vaderlast en moederverdriet.
Verteren gaat amper.
Dat kan de zee niet.
Dat moet zij niet kunnen.
Dat is niet haar taak.
Zij braakt de gekwelde kwallen.
Ik kan het niet.
Stormt zij nu boos.
Ik wil warm zijn en omarmen.
Minder woest.
En minder groot.
In mij gaan mensen dood.
Ik dans als klein gebaar van nabijheid
En roep tegen de zee:
“jij bent niet het gevaar!”
Het gevaar is dat we niet meer vasthouden.
Niet meer voelen.
Niet meer samen.
Zijn.
Jij geeft ze een graf,
Geborgen in water
Jij raakte ze aan toen niemand ze omarmde
Baarmoeder van verdriet.
Het is jouw schuld niet.
De wereld bloedt en jij bloedt mee.
Nabijheid is noodzakelijk.
Dat weet ik.
Dat weet de zee.
Zeg jij ook “Dag”, als je haar ziet?
Zij zit met een groot,
verborgen verdriet.
Doe je schoenen uit.
Fluister zacht.
Of dans.
Leg, net als ik,
een bloemenkrans.





Opmerkingen